Joey - Het Betere Pad
Als ik kriebel en krab aan het aardoppervlak
Dan klappen dingen zonder grappen zwaar op m’n dak
Het leven is een film en chill ‘m in de hoofdrol
Laat m’n zinnen spillen tot ik spin en m’n hoofd tolt
Ik ben geen robot, ik doe wat ik voel
Zonder angst voor de toekomst, ik beweeg me d’r toe
M’n dagen zijn verdeeld en m’n taak is bepaald
En de rekening voor deze tijd wordt later betaald
Dus ik steek er eentje aan, ook al krijg ik geen lucht
Toen ik vanochtend wakker werd heb ik tot bloedens toe gekucht
Ik zucht als ik denk aan het betere pad
Niet voor mij geplaveid, dat is zo zeker als wat
Het enige dat me van ruggengraat voorziet is muziek
Woorden rollen van m’n tong en vallen ziek op de beat
Ik kieper wat wiet in een wikkel van papier
En binnen luttele minuten staan m’n ogen op een kier
En de klok zegt tik... tik...
En de klok zegt tik... tik...
Voor wie wacht komt alles steeds te laat...
Ik blaas ringen van rook, Al Green komt uit de speakers
Licht van een lavalamp, sneakers op de tafelrand
Flarden van zinnen schieten te binnen zonder kloppen
Ik tik m’n as af, ik overweeg te stoppen
Slechte gewoontes zijn ingeslopen, ingesleten
Maar toch: ze slepen me door het winterse leven
De donkere dagen zijn te verdragen als ik dromen mag
Dus ik gaap en beleef de zoveelste slome dag
Languit op de bank, m’n kater aan m’n zij
Bereik ik die alpha-staat en laat m’n gedachten vrij
Meer associatief dan met m’n heldere verstand
Ik balanceer m’n hersens op de rand
Zo ontdek ik mogelijkheden die ik bezit
Om een puzzel uit te leggen in de shit die ik spit
Ik val in slaap en vind eindelijk rust
In een droom waaruit ik hoop te worden wakker gekust
En de klok zegt tik... tik...
En de klok zegt tik... tik...
Voor wie wacht komt alles steeds te laat...
Ik ontwaak in een staat van desoriëntatie
Het is al laat, door het raam kan ik de maan zien
Ik ben alleen, ik kan nergens heen
Het voelt niet pluis, ik zit gevangen in een dwangbuis
Er kruipen duizenden beestjes op m’n gezicht
Ik houd m’n ogen en mond dus maar stevig dicht
Ik voel paniek en m’n porieën dampen zweet
Ik voel een hand om m’n keel en ik slaak een kreet
Als ik wakker word ben ik veilig en wel
In de 47 terug en drukt er iemand op de bel
Ik hobbel naar de deur, door het troebele glas
Zie ik vaag het silhouet van een verloederde gast
M’n broeder en vast z’n gehele Lelystadse vriendenkring
Z’n vrouwtje, Elmozes, een chickie die zingt...
Ze hebben pit, dus ik open de deur
En we roken d’r een op de dagelijkse sleur
Terug naar overzicht